BARBIZON

 

Omstreeks 1820 trokken veel schilders naar het gehucht Barbizon, op de grens van het Woud van Fontainebleau en de glooiende vlakte van Chailly. Zij brachten in zekere zin de lessen van Valenciennes in praktijk. Hij raadde zijn leerlingen aan snelle natuurstudies te maken, die niet meer dan twee uur in beslag namen. Voor een opkomende of ondergaande zon moest een half uur zelfs voldoende zijn.

Ook adviseerde hij beginnende kunstenaars om de landschappen van Ruisdael, Cuyp en Aert van der Neer in het Musée du Louvre goed te bestuderen. Hij noemde met name het Woud van Fontainebleau als een geschikte plek voor natuurstudies. Aan het einde van de jaren twintig van de 19e eeuw waren Corot en Caruelle d'Aligny al regelmatig in Fontainebleau en omgeving te vinden. Zij hadden al vriendschap gesloten toen ze elkaar in 1825 in Rome ontmoetten.

 In Barbizon behoorde het schilderen en plein-air tot één van de voornaamste uitgangspunten

 Barbizon was te ver verwijderd van Parijs om op één dag de reis heen en terug te volbrengen. Kunstenaars kozen doorgaans de simpele herberg van Père Ganne uit als verblijfplaats. Al spoedig werd 'Chez Ganne' een begrip en een vaste ontmoetingsplaats voor schilders als Diaz de la Pena, Troyon en Théodore Rousseau. Rousseau was één van de eerste kunstenaars die zich in Barbizon vestigden; zijn voorbeeld werd gevolgd door Charles Jacque en Jean-Francois Millet, van wie je hier het atelier ziet.

Dagelijks trokken de kunstenaars er op uit, al dan niet voorzien van leeftocht en een fles wijn van Mère Ganne, op zoek naar een beboste heuvel, een grillig rotsblok of een verstilde poel waarin de zomerlucht weerspiegelde. Millet schilderde ook de werklieden op het land, bij het aren lezen, het aardappelen rooien, het spitten en het zaaien. Zijn realistische uitbeelding van het boerenleven werd in Parijse kunstkringen als ronduit ondermijnend beschouwd.

De 'School van Barbizon' leek voorgoed te hebben afgedaan met het 'historisch landschap: in plaats van gefantaseerde klassieke ruïnes waren hun schilderijen nu gevuld met boerenschuren, kippenhokken en varkenskotten. De Franse kunstliefhebbers reageerden geschokt. De Salon-jury beijverde zich om hun inzendingen afgewezen te krijgen, en behoudende kunstcritici wedijverden met elkaar in vernietigende recensies. 

Aan de oever van de Oise/Daubigny

Na de revolutie van 1848 konden de schilders van de school van Barbizon echter niet langer geweerd worden. Op de wereldtentoonstelling van 1855 in Parijs kon het internationale publiek voor het eerst uitgebreid kennis maken met de nieuwe visie op het landschap, zoals die door de schilders in Barbizon in praktijk werd gebracht. De schok die zij aanvankelijk al in Frankrijk hadden teweeggebracht, zou zich nu over heel Europa verspreiden.

Karikaturisten probeerden de plein-airistes in Barbizon belachelijk te maken door tekeningen van een bos waar onder elke boom een schilder onder een parasol aan het werk was. Inderdaad trokken steeds meer kunstenaars naar de omgeving van Fontainebleau, en de buitenschilders van het eerste uur zochten elders hun heil. Daubigny installeerde in een boot een drijvend atelier en verkende hiermee de Seine en de Oise. Ook begon hij buiten te schilderen aan de Franse kust. In Villerville-sur-Mer spande hij een doek van één bij twee meter op twee palen, die hij in de grond sloeg om het kustlandschap direct vóór zich te hebben, maar zijn werk werd hem haast onmogelijk gemaakt door windstoten, wilde stieren en een plagerige dorpsjeugd.

Samenstelling bronmateriaal uitsluitend en alleen ten behoeve van het nieuwe vak ckv-2 uit het profiel C & M voor havo en atheneum en tehatex. Meewerken aan deze site? Opsturen via e-mail is voldoende. Bron Plein Air DSM kalender 1994. Overname met toestemming van DSM, Corporate Public Relations Postbus 6500 6401 JH Heerlen

02/02/2010 last update