vervolg Rob Scholte 
De kunstschilder woont en werkt in Tenerife (Punta del Hidalgo). Zijn werk wordt verkocht via erkende veilinghuizen als Christie's Amsterdam en Sotheby's en zelfs Online via Virga.

Rob Scholte's kunst heeft de visuele kracht van het billboard langs de verkeersweg. Zij spreekt direct aan, maar is het tegendeel van oppervlakkig. Zijn kunst is gelaagd door persoonlijke interpretatie, humor, intelligentie en kennis van zaken. En hoewel zijn schilderijen de indruk maken alsof ze spontaan zijn ontstaan, is niets minder waar.


Scholte put voor zijn ijzig precies geschilderde doeken uit een niet te overzien repertoire van schaamteloos bij elkaar geroofde beelden uit de kunstgeschiedenis, de gedrukte media, de reclame, videoclips, strips en alles wat hem verder onder ogen komt. Scholte bezit een omvangrijk knipselarchief van zorgvuldig op onderwerp geordende plaatjes die ooit (soms jaren later, wanneer hij de herkomst ervan allang vergeten is) gebruikt kunnen worden in zijn, met de virtuositeit van een fijnschilder gemaakte kunstwerken. Het gaat hem vooral om de provocatie: principes aangaande auteursrecht lapt hij aan zijn laars. Net als Warhol koketteert Scholte graag met de vermenging van diepgang en oppervlakkigheid, die hij vooral in de reclame zegt te bewonderen:

Daarom zijn de advertentie makers van deze tijd misschien wel de grootste kunstenaars die ooit hebben geleefd; op hun beste momenten schotelen ze je iets voor - pats, kort maar krachtig - dat je nooit zult vergeten.

Een mooi voorbeeld van Scholte's artistieke recycling is het schilderij: Utopia 1986, een remake van Manets Olympia uit 1863 (Een doek dat overigens op zijn beurt weer teruggrijpt naar de Venus van Urbino van Titiaan (1538).), met dien verstande dat Scholte Manets naaktmodel verving door een ledenpop en de negerin door een houten knechtje (zoals we die wel op de stoep voor cafés en restaurants aantreffen). Maar dan zijn we er nog niet: Scholte blijkt namelijk ook deze 'aanpassingen' niet volledig zelf verzonnen te hebben: hij heeft ze weer ontleend aan een toevallig gevonden ansichtkaart van een houten object uit een betrekkelijk onbekend museum van curiosa in Londen. Hoe Scholte dat citaat, de parafrase en de kopie tot zijn handelsmerk heeft uitgeroepen, mag blijken uit het feit dat toen een criticus in een krantenartikel gewag maakte van de 'ontdekking', (Bas Roodnat, 'Het schilderij Utopia van Rob Scholte, nieuw gebruik of nabootsing?', in NRC-Handelsblad, 3 december 1987.) hij reageerde door het hele artikel compleet met de bijbehorende illustraties haarzuiver na te schilderen en het als een nieuw kunstwerk (Nostalgia) te presenteren: de kopiist kopieert de kritiek op zijn kopieën.

Ik werk altijd met materiaal dat mij uit allerlei media, uit tijdschriften tegemoet komt. Ik rangschik de dingen in een andere volgorde. Dat is mijn werkwijze, mijn stijl. Ik monteer en kloon beelden. Noem me de dokter Mengele van de kunst.


Zo was hij verrast van anderen te horen waar zijn houten Olympia vandaan kwam. Betrapt voelde hij zich geenszins: het openlijk tonen van zijn bronnen behoort immers tot zijn werk. Voor Scholte bestaat er geen verschil tussen de natuur, die eeuwenlang fungeerde als motief voor de traditionele kunst, en de plaatjes (al dan niet van artistieke oorsprong) die hij in zijn werk aanwendt: een pin-up is als kunstenaarsmotief niet minder dan het academische naaktmodel.


Ik ben niet iemand bij wie het werk zomaar uit de vingers vloeit. Voor elk schilderij moet ik me terdege concentreren. Idee, compositie, kleur en spanning vormen samen de wetmatigheid, waaraan elk van mijn schilderijen moet voldoen. Maar primair is natuurlijk de drive, waarmee het tot stand wordt gebracht.


Ook gemeente Den Bosch kan meepraten over Rob's eigenzinnigheid. Voor een project van drie ton leverde Scholte een schetsje (een soort "zandstraal"). Dus lieten de verantwoordelijken de termijn verstrijken waardoor er niet inhoudelijk met de kunstenaar gedebatteerd hoefde te worden. En wat was de reactie van Rob Scholte?

Ik had van Den Bosch een verbindingspunt met de hele wereld willen maken. Maar nu blijft Den Bosch gewoon Den Bosch.


Nog een voorbeeld van plagiaat. Nu gaat het om een foto van de Leliegracht die is gebruikt in een advertentie. Ontwerper Ton Giesbergen van Dutch Logo Design, oa maker van het logo voor 50 jaar vrede Nationaal Comite 4 en 5 mei, zag die foto vele malen vergroot terug in Scholtes megawerk in Japan. "Hij heeft ons beeld gepikt", zegt de ontwerper. "Scholte heeft er niet eens een artistieke draai aan gegeven maar onze foto letterlijk gekopieerd." Hij zou nu graag op kosten van Scholte met de fotograaf naar Nagasaki komen om op zijn beurt Scholtes "gestolen" afbeelding te fotograferen "om er ansichtkaarten of zo van te drukken." Reactie Dutch Logo Design: Ton Giesbergen heeft diverse ontmoetingen met Rob Scholte gehad en heeft voorgesteld om samen een projekt op te starten in plaats van juridische gevechten te voeren of met een witkwast naar Nagasaki te gaan om daar het kunstwerk wit te kalken. De muurschildering zou in Amsterdam te zien zijn. De stichting Onderneming en Kunst maakte foto's van de decoraties om die daarna met een computer op doek te printen. Helaas bleef men zitten met een gat van 3 ton, waardoor het geheel niet door ging.

Ook zijn de beelden van de aanslag op Scholte in de eetgelegenheid The Supper Club, trefpunt van het Amsterdamse kunstcircuit, uitgezonden bij wijze van alternatieve wanddecoratie. Het karkas van zijn BMW werd in januari 1995 tentoongesteld in Arti et Amicitae in de tentoonstelling Bits and Pieces. De opengereten en uitgebrande auto is een aanklacht tegen het geweld in de maatschappij. Een icoon van de terreur. Misdaad en kunst.


Of een verantwoord commercieel succes van zijn eigen bizarre ongeluk?
 
terug