Dafnis en ChloŽ

een herdersverhaal van Longos

Aangenomen wordt dat Longos, waarvan we alleen zijn naamsvermelding in handschriften weten, dit verhaal schreef in de tweede of derde eeuw van onze jaartelling, toen de Griekstalige literatuur een nieuwe bloeiperiode doormaakte. Wellicht was hij zelf afkomstig van Lesbos, het eiland waar het verhaal zich afspeelt. De Russische kunstenaar Victor Borisov-Musatov maakte het bovenstaande schilderij in 1901.

Kostuum ontwerp door Leon Bakst (1866-1924) voor Maurice Ravels balletmuziek "Daphnis et Chloť" (1912)

Het verhaal, oorspronkelijk 'Herdersverhaal' geheten en verspreid over vier boeken, gaat over twee vondelingen op het eiland Lesbos. Zij zijn door verschillende families, die elkaars buren zijn, opgevoed en van jongs af aan samen grootgebracht. Op jeugdige leeftijd - de jongen Dafnis is vijftien en het meisje ChloŽ dertien jaar oud - moeten zij op goddelijk bevel en tegen de wens van hun pleegouders herders worden. Tijdens het weiden van de kudden raken ze op elkaar verliefd zonder te weten wat dit inhoudt en hoe de liefde bedreven moet worden. In hun kinderlijke onschuld zweren ze elkaar eeuwig trouw te blijven. Bij de jongen, Dafnis, ontwaakt weldra het seksuele gevoel, maar verder dan kussen en omhelzingen komt het tweetal niet, ook al onderneemt Dafnis talrijke pogingen om zijn ChloŽ tot het minnespel over te halen. Na enkele verwikkelingen wordt hij in de liefde ingewijd door een niet erg gelukkig getrouwde buurvrouw. Maar deze 'ontrouw' is geen beletsel voor de genegenheid van ChloŽ, evenmin als de hachelijke avonturen die beide geliefden te wachten staan. piraten, ontvoering en rivalen. Het verhaal besluit met de huwelijksnacht, nadat aan het licht is gekomen dat de jongelui allebei van hoge en rijke afkomst zijn.

Dafnis en ChloŽ worden ingewijd in de liefde. Deze inwijding blijkt hen volledig mee te sleuren en ze worden er zowel extatisch gelukkig als diep ongelukkig en gefrusteerd door.

Leesfragment:

Ook het jaargetijde wakkerde hun brand aan. De lente was al voorbij en de zomer brak aan. Alles was op zijn hoogtepunt, de bo- men vol vruchten, de velden vol graan. Lieflijk klonken de krekels, zoet geurde het fruit, vrolijk blaatten de schapen. je zou denken dat de rivieren een lied zongen in hun rustig stromen, dat de wind de pijnbomen als een fluit bespeelde en dat de appels niets liever wilden dan op de grond te vallen. Het was alsof de zon uit liefde voor schoonheid allen ontblootte. In de warme greep van dit alles ging Dafnis vaak de rivier in, soms om een bad te nemen, soms ook om te jagen op de vissen die erin rondschoten. En dikwijls dronk hij van het water, om de brand binnen in hem te blussen. ChloŽ molk intussen de schapen en ook de meeste geiten en het kostte haar dan vaak moeite om de melk te stremmen. Want de vliegen waren geduchte lastpakken en staken als ze niet verjaagd werden. Maar daarna waste ze haar gezicht, zette een krans van pijnboomtwijgen op en trok haar hertenvel aan. Dan vulde ze haar drinkbeker met wijn en melk en deelde de drank met Dafnis.

Vooral als het midden op de dag was, werden hun blikken gevangen. Want als ChloŽ van dichtbij Dafnis naakt zag, overviel zijn schoonheid haar en smolt ze weg, omdat ze geen enkel deel van hem minder prachtig vond. En als Dafnis haar in haar hertenvel en pijnboomkrans de drinkbeker zag aanreiken, dacht hij een van de Nimfen uit de grot te zien. Soms nam hij de krans van haar hoofd en zette hem zelf op, na de krans eerst te hebben gekust. En zij trok zijn kleren aan, als hij zich naakt baadde, na ze ook al gekust te hebben. Ook bekogelden ze elkaar wel eens met appels of verzorgden en ontwarden elkaar haren. Zij vergeleek zijn haar, omdat het donker was, met mirte, hij haar gezicht met een appel, omdat het blank en rozig was. Hij leerde haar ook fluitspelen en als ze dan begonnen was te blazen, pakte hij de fluit af en gleed zelf met zijn lippen over de pijpen. Dan leek het dat hij haar op een fout wees, maar het was een voorwendsel om via de fluit ChloŽ te kunnen kussen.

Een keer, toen hij midden op de dag aan het fluitspelen was en de kudden in de schaduw lagen, was ChloŽ ongemerkt ingedom- meld. Toen Dafnis dat zag, legde hij zijn fluit weg en bekeek haar onverzadigbaar helemaal, omdat hij zich nu niet hoefde te schamen. En zacht fluisterde hij: 'Hoe mooi zijn haar slapende ogen. Hoe heerlijk geurt haar mond. Zo geuren de appels en de struiken niet. Maar ik ben bang haar te kussen. Haar kus bijt in het hart en maakt je gek, net als verse honing. Bovendien ben ik bang dat ik haar door een kus wakker zou maken. Die krekels zijn te luid! Ze zullen haar slaap verstoren, als ze zo'n lawaai maken. En dan kletteren die bokken ook nog met hun geweien, omdat ze aan het vechten zijn. Wat zijn de wolven laf, erger nog dan vossen, dat ze die bokken niet grijpen!'

Een hoogtepunt in het oeuvre van Maurice Ravel is de balletmuziek "Daphnis et Chloť" (1912) voor de Ballets Russes van Diaghilev. 

Maurice Ravel "Daphnis et Chloť" intro

Maurice Ravel "Daphnis et Chloť" Danse generale

Maurice Ravel "Daphnis et Chloť" Danse grotesque

Maurice Ravel "Daphnis et Chloť" Danse legere et gracieuse de Daphnis

Deze herdersroman is een langgerekte idylle, terwijl van een intrige amper sprake is. Het is een meesterwerk van psychologische observatie geworden, waarbij de lichamelijke liefde stap voor stap wordt ontdekt. Er gaat een grote bekoring uit van de schilderingen van de natuur en het herdersleven, zoals die in latere tijden bij de rococo-schilders en -schrijvers gebruikelijk zouden worden. 

Het verhaal is vele malen vertaald in vele West-Europese talen, waaronder het Nederlands. In vorige eeuwen vonden vertalers het dan noodzakelijk om 'pikante' passages weg te laten of in het Latijn weer te geven. Wie Latijn kent, was kennelijk tegen verleiding bestand. Ook buiten de literatuur heeft Dafnis en ChloŽ zijn sporen door de Europese cultuur getrokken. Een hoogtepunt in het oeuvre van Maurice Ravel is de balletmuziek "Daphnis et Chloť" (1912) voor de Ballets Russes van Diaghilev. Gedeelten uit dit muziekstuk staan nog regelmatig op het orkestrepertoire. Het verhaal werd tweemaal verfilmd, in 1929 en in 1962.

Samenstelling bronmateriaal ten behoeve van het nieuwe vak ckv-1 uit het algemeen deel  voor havo en atheneum.  Meewerken aan deze site? Opsturen via e-mail is voldoende. Geraadpleegde lit ISBN 90 263 16837 6 vertaald door M van Es

Is er zonder uw toestemming en zonder bronvermelding gebruik gemaakt van uw teksten? Onze verontschuldigingen hierover. Laat het ons weten en wij geven een juiste bronvermelding of halen het materiaal van internet. Een financiele vergoeding kunnen wij niet geven.
04/16/2010 update