Biografie:

Hans van Manen (11-06-1932) is één van de bekendste choreografen van Nederland. Hij begint als danser, maar gaat zich vanaf het midden van de jaren vijftig ook bezig houden met choreografie. In 1961 wordt hij artistiek leider van Het Nederlands DansTheater. In het begin blijft hij daarnaast ook nog dansen, maar vanaf 1963 besluit hij zich geheel te wijdden aan het directeurschap en de choreografie. In 1970 verlaat hij het NDT en gaat hij verder als choreograaf voor binnen- en buitenlandse gezelschappen.

Van Manen is vanaf de jaren vijftig betrokken bij dans op televisie. In 1958 wordt zijn eerste dans op televisie uitgezonden. Mede dankzij deze televisie-uitzendingen krijgen Van Manen en het NDT een grote bekendheid in Nederland.

Werk



Choreografieën
1955 Olé, Olé, la Margarita
1956 Swing
1957 Feestgericht
1958 Pastorale d'Eté
1958 Mouvement Symphoniques
1959 De Maan in de Trapeze
1960 Klaar Af!
1961 Concertino
1961 Kaïn en Abel
1962 Eurydice
1962 Voet bij stuk
1963 Symphony in Three Movements
1964 Omnibus
1964 Opus Twaalf
1965 Repetitie
1965 Essay in de Stilte
1965 Metaforen
1966 Terugblik op Morgen
1966 Point of no Return
1966 Vijf Schetsen
1967 Ready Made
1967 Dualis
1968 Untitled
1968 Variomatic
1968 Three Pieces
1968 Solo for Voice 1
1969 Squares
1970 Situation
1970 Mutations (co-productie Glen Tetley): Motion I, II en III
1970 Snippers
1970 Twice
1971 Grosse Fuge
1971 Keep Going
1971 Ajakaboembie
1972 Tilt
1972 Twilight
1972 Opus Lemaitre
1972 Daphnis en Chloë
1973 Septet Extra
1973 Adagio Hammerklavier
1973 Assortimento
1974 Le Sacre du Printemps
1974 Kwintet
1975 Four Schumann Pieces
1975 Noble et Sentimentale
1975 Collective Symphony (met Rudi van Dantzig en Toer van Schayk)
1976 Ebony Concerto en een Tango
1977 Octet Opus 20
1977 Lieder ohne Worte
1977 Vijf Tango's
1978 Unisono
1978 Dumbarton Oaks
1978 Premier Grand Trio
1979 Memories of the Body
1979 Live
1979 Concert voor piano en blazers
1980 Einlage
1980 Pianovariaties I
1980 Izzy M.
1981 Sarcasmen (Pianovariaties II)
1982 Five Short Stories
1982 Trois Gnossiennes (Pianovariaties III)
1982 Pose (Pianovariaties IV)
1983 Portrait
1983 In and Out
1984 Exposed (Pianovariaties V)
1984 Bits and Pieces
1985 Nieuw programma (werktitel Bello)
1985 Ballet Scenes
1985 In Korte Broek
1985 Corps
1986 In Concert
1986 Opening
1986 In the Future
1987 Face (video, fragment van Geen Plek Nergens/No fixed Abode)
1987 Symhonieën der Nederlanden
1987 Izzy en Olly in een Hemelbed
1987 Clogs
1987 Flags
1987 Wet Desert
1987 Shaker Loops
1988 The Sound of Music
1989 Black Cake
1989 Brainstorm
1990 Visions Fugitives
1990 Intermezzo voor musici en dansers
1990 Two
1991 Theme
1991 Andante
1991 Evergreens
1992 On the Move
1993 Shorthand / Six Stravinsky Pieces
1993 Fantasia
1993 Different Partners
1994 Concertante
1994 Compositie
1994 Nacht
1995 Polish Pieces
1995 Déjà-Vu
1995 Kammerballett
1996 The Old Man and Me
1997 Kleines Requiem
1997 Solo
1998 Couple
1998 Zero Hour
1999 Short Cut
1999 Two Gold Variations
1999 In the Future
2000 Trilogie
2000 Bach Pieces
2000 Two Faces
2001 Pitch Control
2001 Simple Things
2003 Monologue, Dialogue

Prijzen



1960 Staatsprijs voor de choreografie FEESTGERICHT
1963 Staatsprijs voor de choreografie SYMHONY IN THREE MOVEMENTS
1963 Eerste prijs voor bijdrage als danser aan het Festival Théâtre des Nations Parijs, o.a. in
KLAAR AF! en CONCERTINO
1964 EMS-prijs voor choreografie (samen met Rudi van Dantzig)
1965 Staatsprijs voor de choreografie ESSAY IN DE STILTE
1970 Ridder in de Orde van Oranje-Nassau
1971 Prijs van Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk voor de
choreografie SNIPPERS
1974 Prijs van de Kritiek, door Kring van de Nederlandse Theatercritici
1976 Mr. H.J. Reinink-penning voor bijzondere verdiensten bij het bevorderen van de
culturele uitwisseling met het buitenland
1985 Nederlandse Choreografieprijs, Vereniging van Schouwburg- en
Concertgebouwdirecties
1991 Sonia Gaskell-prijs van de Stichting Amsterdam Fonds voor de Kunst, voor de duetten
TWO, THEME en ANDANTE
1992 Nederlandse Choreografieprijs, Vereniging van Schouwburg- en
Concertgebouwdirecties
1992 Officier in de Orde van Oranje Nassau
1993 Deutsche Tanzpreis: Deutscher Berufsverband für Tanzpädagogik
1996 Bob Angelo-penning, bij vijfjarig bestaan COC
1997 Gino Tani-prijs, in de categorie Dans
1998 Archangel, Edingburgh Festival Critic’s Award
2000 Erasmusprijs

Analyse: Dans in beeld


Kadrering in het televisiewerk van Hans van Manen

Omdat Hans van Manen zich al sinds eind jaren vijftig bezighoudt met dans en televisie, heeft hij ook te maken gehad met zowel de beperkende mogelijkheden als de meerwaarde van het medium televisie. De televisie is dan ook wezenlijk anders dan het toneel volgens Van Manen:

Er zijn geen lege ruimtes zoals op het toneel die moeten worden opgevuld. Iedere camera heeft als het ware zijn eigen toneelvlak, waarin de mogelijkheden van een ballet kunnen worden geconcentreerd.

Doordat het werk van Van Manen al vrij snel na de introductie van de televisie wordt uitgezonden, is in zijn televisiewerk ook de ontwikkeling van de televisietechniek te volgen. De beperkte mogelijkheden van de eerste camera’s en de kleine studio-oppervlakte zorgen ervoor dat hij creatief moet omgaan met zijn dans.
Aan de hand het gebruik van kadrering in zijn werk is goed te zien hoe hij de tekortkomingen en mogelijkheden van de televisie gebruikt. In deze ontwikkeling komen ook de mediumspecifieke eigenschappen van de televisie naar voren.

 

Dansers als kader

Als Van Manen eind jaren vijftig voor het eerst dans op televisie maakt, staat de televisie nog in zijn kinderschoenen. De cameratechniek is nog niet optimaal en ook de studioruimtes hebben maar een kleine oppervlakte. Dit brengt beperkingen met zich mee voor het opnemen van dans op televisie.

 

 

In de eerste dansen van Van Manen die op televisie worden uitgezonden gebruikt hij daarom vaak dansers om het beeld af te kaderen. Zoals bijvoorbeeld in DE ZILVEREN SCHIJF (1958). In dit fragment zet hij twee dansers aan de linker- en de rechterkant van het beeld. Op de achtergrond danst het paar. Hierdoor ontstaat er een doorkijkje tussen de vier dansers door. Dit zorgt voor een dieptewerking, waardoor de studio groter lijkt dan hij in werkelijkheid is.


 

Ook in dit fragment is te zien hoe een danseres zorgt voor een kader met haar armen en zo een dieptewerking creëert.
De kadrering zorgt ervoor dat het beeld minder statisch wordt. De dansers hebben fysiek niet de ruimte om een levendige dans op te voeren door de beperkte ruimte in de studio. Door het gebruik van de mensen als kader wordt het beeld minder saai en begint het meer te leven. De camera kan dus worden gebruikt om effecten te creëren, in dit geval diepte.


Gebruik van de buitenruimte

In de jaren zestig worden de opnames voor televisie niet alleen in de studio gemaakt, maar vinden er ook opnames in de buitenlucht plaats. In de dans KAÏN EN ABEL (1961), die speciaal voor televisie werd gemaakt door Hans van Manen, zien we naast studio-opnamen ook opnames in de buitenlucht.
Omdat er bij buitenopnames geen last is van een te klein vloeroppervlak, is het niet meer nodig het beeld door dansers te laten kadreren om zo een dieptewerking te creëren. In plaats daarvan wordt de architectonische omgeving gebruikt om bepaalde aspecten in de dans te benadrukken.
In dit fragment zien we Kaïn in het donker door de straten van lopen nadat hij Abel heeft vermoord. De muren van de gebouwen lopen in een diagonale lijn door het beeld en creëren een enorme diepte. De diagonale lijnen leiden de blik van de kijker door het beeld. De beelden worden tevens gebruikt om de wanhoop van Kaïn te tonen. De dieptewerking en de donkere straten verbeelden de uitzichtloosheid van zijn situatie.

 

In een ander fragment zien we Kaïn en zijn geliefde dansen op een dekschuit. Terwijl de schuit vaart, houdt de camera de twee dansers in beeld. De horizontale lijnen van de kade en de dekschuit en de verticale lijnen van het pakhuis achter het paar benadrukken de lijnen in de dans. Op een gegeven moment lopen ze naar de achterkant van de schuit, terwijl de schuit doorvaart. Daardoor lijkt het alsof ze stilstaan. Het pakhuis op de kade achter hun fungeert hierbij even als een kader voor de dansers. In KAÏN EN ABEL kan Van Manen dan ook gebruik maken van effecten die alleen met televisie mogelijk zijn.



Video in de dans

Als de cameratechniek in de loop van de jaren zeventig steeds verder wordt ontwikkeld, gaat Van Manen daar ook steeds meer mee experimenteren. Bovendien is het probleem van een te klein studio-oppervlak er niet meer en dus kan Van Manen zich met andere dingen bezig gaan houden. Het gebruik van beeld en camera krijgen een belangrijke rol in zijn dans.
In de dans LIVE (1979) laat hij cameraman Henk van Dijk op het toneel de danseres Coleen Davis filmen terwijl ze daar danst. Achter haar hangt een groot scherm waarop de beelden van de camera van Van Dijk te zien zijn. De camera fungeert hierbij als een soort tweede danser.

 

Het integreren van de camera in de dans zorgt voor speciale effecten. Doordat er twee camera’s zijn die de dans registreren, namelijk de camera van Van Dijk op het podium en de televisiecamera’s in de zaal, krijgt de kijker de mogelijkheid de dans vanuit twee perspectieven tegelijk te zien. In dit fragment zie je dan ook hoe de kijker tegelijkertijd de dans van voren en achteren kan volgen. Bovendien is te zien hoe de beelden op het beeldscherm en de danseres samen lijken te dansen, doordat op het scherm haar spiegelbeeld wordt getoond.


 

De aanwezigheid van de televisiecamera zorgt er ook voor dat de televisiekijker een andere ervaring kan beleven als het publiek in de zaal. In dit fragment is te zien hoe Davis van het podium afloopt en door de hal naar buiten gaat. Dit wordt weer gefilmd door twee camera’s, de televisiecamera en de camera van Van Dijk. De televisiekijker heeft hier een andere ervaring dan het publiek in de zaal, omdat zij ook hier kunnen zien hoe Van Dijk Davis filmt terwijl ze naar buiten loopt. De televisiecamera filmt hier dus zowel Davis als Van Dijk, terwijl het publiek in de zaal alleen de beelden van Van Dijk ziet. De televisiekijker is hier tot tweemaal toe een voyeur die de danseres volgt op haar weg naar buiten.



Hans van Manen en televisie

In het televisiewerk van Hans van Manen van 1958 t/m 1979 is te zien hoe het medium televisie wordt gebruikt om effecten te creëren. Hij maakt gebruik van de mediumspecifieke eigenschappen van de televisie om tekortkomingen van de studio op te lossen en juist een meerwaarde te creëren.  
In het vroege werk uit de jaren vijftig, bijvoorbeeld in De Zilveren Schijf,  is te zien hoe dansers worden gebruikt om het beeld af te kaderen. Hij plaatse daarbij dansers aan de zijkanten van het beeld, terwijl op de achtergrond wordt gedanst, waardoor er een diepte-effect ontstaat. Zo wordt er een illusie van ruimte gecreëerd, die in de beginjaren van de televisie er niet was. De studio-oppervlakte was in de beginjaren namelijk vrij klein.
        In de jaren zestig maakt van Manen dans voor televisie die is opgenomen in de buitenlucht. Met televisie is namelijk de mogelijkheid om buiten dans op te nemen, wat in het theater niet gaat. Hij kan hierdoor gebruik maken van de stadse architectuur om effecten te creëren. De  gebouwen worden aangewend om het beeld en zijn dansers te kadreren. De sterke diagonale lijnen van de straten in Kaïn en Abel vormen kijklijnen voor de kijker en geven de wanhoop van Kaïn aan.
        Eind jaren zeventig gebruikt Van Manen in de dans Live de camera om de televisiekijker de dans van verschillende kanten tegelijk te tonen door naast een camera die het gebeuren op toneel registreert ook een cameraman op het podium de danseres te laten filmen. Het beeld van de cameraman op het podium wordt op het toneel geprojecteerd op een groot beeldscherm. Hierdoor ontstaat een spel tussen de camera en de danseres. De dans wordt hierdoor een heel andere ervaring.
        De ontwikkeling in het televisiewerk van Van Manen valt sterk samen met de ontwikkeling van televisie in zijn geheel. In het begin zijn de mogelijkheden van televisie nog niet zo groot, waardoor de camera moet worden aangewend om de tekortkomingen teniet te doen. Later is te zien hoe hij het medium juist aanwendt om nieuwe effecten te bereiken met zijn dans.

Voor meer informatie over Hans van Manen klik hier.

Boeken over Hans van Manen:
- Dekker, Keso. Hans van Manen + Modern ballet in Nederland. Amsterdam: Bert Bakker, 1981.
- Jonkers, Marc, e.a, red. Hans van Manen. Foto's - feiten - meningen. Amsterdam: Nederlands Instituut voor de Dans, 1992.
- Manen, Hans van. Tot u spreekt... Hans van Manen, bijzonder hoogleraar. Amsterdam: Nederlands Instituut voor de Dans, 1992.
- Schaik, Eva van. Hans van Manen. Leven & werk. Amsterdam: Arena, 1997.
- Schmidt, Jochen. Der Zeitgenosse als Klassiker. Über den holländischen Choreographen Hans van Manen. Köln: Ballett-Bühnen-verlag, 1987.