een hedonistische levensstijl

Bonheur de libertin et hédonisme postmoderne (Dali)

De term 'consumptiecultuur' die in de jaren zestig in Amerika opduikt maar spoedig internationaliseert - is een cultuurkritische typering van de westerse cultuur als geheel. Een cultuur die haar ontstaansgrond ontleent aan de 'materiële' massaproductie en -consumptie die al in het negentiende eeuwse kapitalistische systeem tot ontwikkeling kwamen." Zoals massacultuur afgezet wordt tegen de burgerlijk elitaire cultuur, zo wordt de voze, oppervlakkige en materialistische consumptiecultuur afgezet tegen het oorspronkelijke, waarachtige en diepzinnige van de niet- westerse, 'primitieve' cultuur. Het verfoeilijk expansionisme van de westerse, kapitalistische, 'onwaarachtige' consumptiecultuur zal, aldus de huidige cultuurcritici, de echte', niet-westerse cultuur voorgoed vernietigen. Wederom worden er intellectuele pogingen ondernomen om het verval van de Europese cultuur te stuiten. Oude oosterse filosofieën als boeddhisme en taoisme moeten nu de redding betekenen.
Het wezen van de hedendaagse consumptiecultuur is een bizar mengsel, waarin het passieve, genotzuchtige, oppervlakkige en materialistische van de massacultuur gepaard is aan het actieve, individualistische en gedisciplineerde van de burgerlijk elitaire cultuur."' Zoals de geest en de persoonlijke rijping de kern van de burgerlijke cultuur-opvatting vormde, zo is het lichaam, en vooral het jeugdige uiterlijk, de kern en het visuele symbool van de consumptiecultuur geworden. Het accent ligt weliswaar op het lichamelijke welzijn van het individu, maar ook het geestelijke welzijn staat hoog in het vaandel en wordt benadrukt in de samenhang van lichaam en geest. Bij verstoring van deze relatie richt ook de therapeutische aandacht zich op de cruciale jeugdperiode, op de verwerking van het biografisch verleden als de basis voor een gezonde persoonlijkheidsvorming.

In het gepassioneerde streven naar een bijkans eeuwige jeugd is het lichaam het object van actieve disciplinering en een aanhoudende bron van zorg geworden. Sport, lichaamsverzorging, gezondheidszorg en plastische chirurgie zijn de heilige erediensten aan het zwakke vlees en het aardse bestaan. De lichamelijke gerichtheid en de hang naar een gloedvolle, hedonistische levensstijl betekenen niet alleen het bestrijden van uiterlijk verval, maar ook het beteugelen van ongezond gedrag, of dat nu te hard werken, te veel eten, roken, drinken of onveilig vrijen is. Verslaving moet bedwongen worden, maar genieten mag:

'Geniet, maar drink met mate!'

De levensbedreigende corpulentie als gevolg van overconsumptie wordt bezworen met de waarschuwing: 

'Eet niet te veel en niet te vet!'

    

Zwaarlijvigheid en uithongering (anorexia nervosa) zijn echter beide onaanvaardbaar: het ene als vermeend gebrek aan beheersing en het andere vanwege een teveel aan beheersing en een ontzeggen van genot.

'Gezond' eten is vanuit de zorg voor het eigen welzijn van cruciaal belang. 'Ongezond' en dus 'gevaarlijk' voedsel is in die opvatting alle voedsel dat fabrieksmatig, 'mechanisch', overbewerkt is: geraffineerd, geconserveerd, gekleurd en geprepareerd. Dit gedenaturaliseerde, ,onechte' voedsel - vaak in kant-en-klare vorm - zou niet alleen de consument, maar ook zijn spijsvertering lui maken. In dit massa-idioom wordt wederom de cultuur bedreigd, maar nu is het niet de burgerlijk elitaire cultuur, maar de niet-westerse, 'primitieve'  cultuur:

Door slechte voeding zijn hele volkeren te gronde gegaan en gaan ook thans primitieve volkeren ten onder als gevolg van het zonder meer overnemen van eetgewoonten uit het beschaafde Westen.

Ook in dit cultuurpessimisme wordt gerefereerd aan de val van Rome:

Ging het met Rome slecht omdat de Romeinen overgingen van volkoren- naar wittebrood en omdat ze water gebruikten dat uit loden pijpen kwam? Slechte voeding verjaagt het goede.

Gezond voedsel voor lichaam èn geest is volgens de critici van de consumptiecultuur voedsel dat niet in aanraking is geweest met de gemechaniseerde consumptie-industrie en vrij is van 'criminele' smetten als kunstmest, groeihormonen, kleurstoffen, bestrijdings- en conserveringsmiddelen. Er breken glorieuze tijden aan voor de reformhuizen en de ambachtelijke 'warme' bakkers en de biologisch dynamische teelt. Vlees en bont zijn 'uit' en het vegetarisme viert hoogtij. De consument is niet meer slaafs of willoos overgeleverd aan de industrie, maar heeft zich georganiseerd tot een invloedrijke belangengroep. De passieve rol van consument is veranderd in een actieve en zelfbewuste. Ook in de zorg om de gezondheid neemt men afstand van de allopathie, die gedirigeerd zou worden door de farmaceutische industrie, en wendt men zich tot de homeopathie en andere alternatieve, exotische en natuurlijke geneeswijzen.

De gezondheidsschade door milieuvervuiling is, in tegenstelling tot die door onverantwoord gedrag, te wijten aan 'de' industrie, aan 'de' techniek,.aan 'de' commercie, aan 'de' economie, aan 'de' gemak- en hebzucht, of in één woord: aan verfoeilijk materialisme.

Cultuurcritici associëren de massaliteit van de consumptiegoederen, -en met name van het eenvormige, industriële voedsel in supermarkten en fast food-restaurants, met decadente schrokkerigheid, oppervlakkige rusteloosheid, platvloers materialisme en vooral met een gebrek aan spiritualiteit. Ze projecteren beangstigende toekomstbeelden waarin uit tijdbesparende motieven alleen nog 'high-tech'-astronautenvoedsel, in de vorm van een poedertje of een pilletje, geconsumeerd wordt en de voorplanting uit het oogpunt van efficiëntie van het warme bed naar het kille laboratorium verplaatst is.

Zoals in de negentiende eeuw het ambachtelijke volk tegenover de industriële massa werd gesteld, zo wordt nu de pure, exotische niet- westerse cultuur tegenover de verdorven westerse consumptiecultuur gezet. De oude tegenstelling tussen stad en platteland heeft nu wereld- proporties aangenomen in de tegenstelling tussen westerse en niet- westerse, géïndustrialiseerde en niet-geindustrialiseerde, tussen arme en rijke landen. Het negentiende-eeuwse massa-idioom leeft voort, niet alleen in de aversie tegen overconsumptie of zelfs de afkeer van het dierlijke eiwit, maar ook in het criminele aspect van het overbewerkte, snelle, industriële voedsel en de immorele industriële vervuiling als bitter gevolg van commercialisering en materialisme, van het appelleren op lage, onwaarachtige lusten en verlangens. De critici van de consumptiecultuur schetsen de totale ondergang: het rijke géindustrialiseerde Westen dat op wereldschaal milieuvervuiling veroorzaakt en daarmee al het aardse leven bedreigt. In dit wereldwijde spanningsveld tussen industrie en consument is de groene vrede nog lang niet getekend.

Samenstelling bronmateriaal uitsluitend en alleen ten behoeve van het nieuwe vak ckv-2 uit het profiel C & M voor havo en atheneum en tehatex. Meewerken aan deze site? Opsturen via e-mail is voldoende. 

Is er zonder uw toestemming en zonder bronvermelding gebruik gemaakt van uw teksten? Onze verontschuldigingen hierover. Laat het ons weten en wij geven een juiste bronvermelding of halen het materiaal van internet. Een financiele vergoeding kunnen wij helaas niet geven.

01/28/2010 last update