Slaven uit Afrika

Jazz- en tapdans

De komst van slaven uit Afrika in de 17e, 18e en 19e eeuw als goedkope arbeidskrachten op de plantages in de Nieuwe Wereld (Noord- en Zuid-Amerika) heeft verschillende gevolgen gehad die uit oogpunt van het begrip fusion interessant zijn.

De typisch Afrikaanse syncopische, polyritmische en polycentrische elementen hebben zich namelijk in de loop der tijd (met name in de 19e eeuw) vermengd met Westerse dans- en muziek aspecten. Hieruit ontstonden nieuwe uitingen zoals jazzmuziek en jazzdans, tap e.d. Ook de latere jive, swing, rock, beat, disco, funk hebben hun ontstaan mede te danken aan deze van oorsprong Afrikaanse vormen. 

Het is met name de angst van de blanke geweest voor de onbekende gewoonten en heidense tradities van de slaven die de tot deze ontwikkeling aanleiding is geweest. Zo kende men op de plantages gedurende een lange periode een samenscholingsverbod voor de slaven uit angst voor opstanden. Daarnaast was er een verbod op het gebruik van de drums uit angst voor geheime onderlinge communicatie tussen de plantages. Het geluid van deze instrumenten droeg namelijk in de open lucht heel ver. Tenslotte was er een verbod op dans vanwege het vermeende onzedelijke en heidense karakter van de Afrikaanse dansen.

De slaven wisten deze verboden in de loop der tijd echter handig te omzeilen. Zo vormde de overgang tot het Christelijke geloof tevens de rechtvaardiging om tenminste éénmaal per week bijeen te komen in de kerk. Daar ontwikkelde zich de typische vorm van spirituals en gospels waarbij de slaven met zang uiting konden geven aan hun heimwee en verlangen naar een betere wereld, een beter bestaan. Zij begeleidden hun liederen met handgeklap en wiegden daarbij ritmisch met hun lichaam heen en weer.

Het verbod op het gebruik van drums werd omzeild door gebruik te maken van andere 'instrumenten' zoals lepels, kleppers, handgeklap en later vooral ook de banjo. Allemaal middelen die een uiterst gevarieerde ritmische vervanging vormden van de drums en de Afrikaanse voetritmen van hun dansen.

Het diep in de Afrikaan gewortelde dansgevoel vond ondanks het verbod een uitweg door zich te vermengen met Westerse danselementen. Deze fusion in dans en muziek bracht ons uiteindelijk datgene wat wij jazzdans en jazzmuziek noemen.

 

Clog dance

Typisch Afrikaanse dans en muziek kenmerken zoals 
  • polyritmiek (meerdere verschillende ritmes tegelijkertijd uitvoeren), 
  • polycentrisch bewegen (verschillende lichaamsdelen afzonderlijk bewegen) en 
  • het gebruik van syncopen (accenten, die tussen de tellen in liggen) 

vinden we terug in alle hedendaagse vormen van jazzdans, jazzmuziek en zelfs ook in de later daaruit ontstane varianten van swing, jive, rock, beat, soul, funk etc. Ook bij de tapdans zijn de fusion elementen nog duidelijk aanwezig.

Tapdans is samengesteld uit dezelfde polyritmische, polycentrische en syncopatische elementen van de Afrikaanse dans (vooral die uit Ghana en Mali waar veel slaven uit afkomstig waren), maar zij zijn gekoppeld aan een ander bewegingsidioom.

Clog dans  Clog zolen voor tap-dans

Het vermoeden bestaat dat de 'clog' dansen (een soort klompendansen) van de in de 19de eeuw naar de USA geëmigreerde leren in directe relatie hebben gestaan tot de ontwikkeling van de tapdans.De lerse danshouding kenmerkt zich door een gefixeerde houding van het bovenlichaam waarbij de armen vaak recht langs het lichaam naar beneden hangen. in deze bijna 'bevroren' lichaamshouding maken de voeten gecompliceerde ritmes door middel van het vlug-slepend aantikken van de voorvoet op de grond of het beurtelings aantikken met voorvoet en hiel, afgewisseld met een stamp van de platte voet ('tapping').

Omdat de geëmigreerde leren ook in de Nieuwe Wereld vaak tot de armste bevolkingsgroepen behoorden zullen zij in een veel directer contact met de slaven hebben dan de vaak meer welgestelde geëmigreerde Engelsman of Fransman die vaker een leidende functie bekleedden.

05-06-2007 CKV-2

Geraadpleegde literatuur: Geschiedenis van de westerse theaterdans  B Westra