Iedere uiting van ons leven wordt begeleid door geluiden. Geluid klinkt ons vertrouwd in do oren en heeft het vermogen ons onmiddellijk in het leven te plaatsen. Terwijl de klank, die niet aan het leven deelneemt aangezien ze steeds in muzikaal opzicht iets op zichzelf staands is en een toevallig, niet noodzakelijk element, reeds voor ons oor geworden is wat een overbekend gezicht voor het oog is, openbaren daarentegen de geluiden die verward en onregelmatig uit de onregelmatige warboel van het leven tot ons doordringen, zich nooit geheel en hebben talloze verrassingen voor ons in petto. We zijn er daarom zeker van dat wij door de keuze, co÷rdering en beheersing van alle geluiden, de mensen met een nieuw onvermoed genot kunnen verrijken. Ofschoon het eigen karakter van lawaai daarin bestaat dat het ons bruut in het leven plaatst,

MAG LAWAAIKUNST ZICH NOOIT TOT EEN NABOOTSENDE HERHALING VAN HET LEVEN BEPERKEN.

Zij zal haar grootste emotionaliteit putten uit het akoestische genot zelf, dat de inspiratie van de kunstenaar uit de geluidscombinaties weet te halen.

Hier dan de zes geluidsfamilies van het futuristische orkest, die wij spoedig mechanisch zullen verwezenlijken.

1 .Brommen, donderen, barsten, plenzen, plonzen, galmen

2. Fluiten, sissen, blazen

3. Fluisteren, murmelen, gonzen, snorren, pruttelen

4. Knarsen, knakken, knisperen, zoemen, knetteren, wrijven

5. Geluiden die ontstaan door het slaan op metaal, op hout, leer, stenen, aardewerk, enzovoort

6. Dieren- en mensenstemmen: roepen, schreeuwen, steunen, gebrul, gehuil, gelach, reutelen, snikken

In deze opstelling zijn karakteristieke basisgeluiden aanwezig; alle andere zijn slechts verbindingen en combinaties daarvan.

DE RITMISCHE BEWEGINGEN VAN EEN GELUID ZIJN ONEINDIG.

ZOALS BIJ DE KLANK, HEEFT ALTIJD EEN RITME DE OVERHAND,

maar daaromheen zijn talrijke andere, secundaire ritmen volstrekt waarneembaar.'