'We were touched and moved greatly by the Indian's grace, beauty, warmth and oh... their caiml The way they squat 'on their heels and do nothing for hours; how I wish I could do that. ( ... ) After a week of hectic concerts in lava we came on here, - in Bali, the island where musical sounds are as much part of the athmosphere as the palm trees, the spicy smells, and the charming beautiful people. The music is fantastically rich - melodically, rythmically, texture (such orchestration!) and above all formally ... At last l'm beginning to catch on to the technique, but it's about as complicated as Schoenberg.'

De woorden van Benjamin Britten in een brief aan Imogen Holst (de dochter van de componist Gustav Holst) tijdens zijn verblijf in het verre oosten midden jaren vijftig van de vorige eeuw. 

[> geheel rechts]

Benjamin Britten en het verre oosten

Debussy werd diep geraakt toen hij in 1888 in Parijs een Javaanse gamelan en een jaar later, op de Wereldtentoonstelling in Parijs, een Balinese gamelan hoorde. Wat hij in 1895 over die ervaringen schreef, moeten we eigenlijk steeds in gedachten houden: ‘Herinner je je die Javaanse muziek niet, die iedere betekenisnuance kan uitdrukken, tot in de ongrijpbaarste schakeringen, en waarnaast onze tonica en dominant tot schimmen lijken te verbleken?’

En veel later, in een artikel uit 1913, zou hij schrijven dat ‘de Javaanse muziek op een soort contrapunt berust waarnaast dat van Palestrina kinderspel is. En als we ons zonder Europese vooroordelen openstellen voor de bekoring van hun slagwerk moeten we toegeven dat ons slagwerk de primitieve geluiden van een boerenkermis lijkt voort te brengen’. 

Sedertdien zijn de tijden veranderd en is ons blikveld verruimd, maar Debussy’s muziek zal altijd, en met recht, voortleven als een der eerste grote voorbeelden van de nieuwe uitbarsting van creativiteit die een kortstondige kennismaking met het oosten bij een geniaal kunstenaar kon losmaken.

De toenmalige fascinatie voor de Oriënt heeft ook in bredere zin doorgewerkt in de tijdgeest. Een vleugje exotisme viel destijds bijzonder in de smaak, en het duikt dan bijvoorbeeld ook op in de briljante, meeslepende ‘Marche Chinoise’ in Stravinsky’s Rossignol en in Ravels Ma mère l’oye, met zijn even uitgesproken en direct herkenbare pentatoniek.

Brittens vocabulaire veranderde na zijn grensverleggende bezoek aan Bali, waar hij voor het eerst in contact kwam met de eilandbewoners zelf en hun muziek hoorde uitvoeren door de autochtone ensembles. De weliswaar kortstondige ontmoeting had een overweldigende impact. Brittens brief van 17 januari 1956 aan Imogen Holst spreekt boekdelen:

“De muziek is onvoorstelbaar rijk – melodisch, ritmisch, in textuur (wat een instrumentatie!) en vooral in vorm. Het is een opmerkelijke cultuur […] Ik begin eindelijk vat te krijgen op de techniek, maar die is bijna even gecompliceerd als die van Schönberg.”

Aankondiging in het Concertgebouw, oktober 2002

The Prince of the Pagodas fragment no 1

Dankzij dit historische bezoek was Britten in staat het avondvullende ballet The Prince of the Pagodas te voltooien, dat op 1 januari 1957 onder leiding van de componist in première ging in Covent Garden. De partituur van de Pagodas – het langste orkestwerk dat Britten ooit zou schrijven – liet de wereld voor het eerst kennismaken met de vrucht van een creatieve ontmoeting tussen oost en west die voor de componist zelf in bijna al zijn stukken een constante factor zou vormen. In het hele werk zijn passages gelardeerd waarin de uitheemse klank van het gamelanorkest met westerse instrumenten (klokkenspel, celesta, fluit, vibrafoon, xylofoon, piano's, celli en contrabas) ingenieus is nagebootst. Vaak als symbool voor de Prins in zijn vermomming als Salamander, terwijl de keizer uitgebeeld wordt door een motief gebaseerd op de pentatonische (vijftonige) ladder.

The Prince of the Pagodas fragment no 2

The Prince of the Pagodas fragment no 3

Bali: gamelan orkest met op de voorgrond zogenaamde 'anklungs'

Gamelan slaat niet op een enkel instrument, maar staat voor een heel orkest met verschillende slag-instrumenten: genders (soort xylofoon), gongs en trommen. Kenmerkend voor de gamelanmuziek is het hoge tempo, de abrupte overgangen en een ongekende dynamiek. Omdat de genders verschillend gestemd zijn, is er een bepaalde zweving, die de toon 'levend' maakt. Alle instrumenten zijn rijk versierd met houtsnijwerk van mensen, demonen en dieren uit hindoeistische verhalen.In West-Europa zijn maar weinig mensen op de hoogte van de speltechniek en van de muziek die op de gamelan ten gehore wordt gebracht

Gamelan muziek

 

Christopher Headington in zijn biografie over Britten. (Holmes & Meier, New York, 1982) 

Daar vinden we in een apart hoofdstuk 'West meets cast' een verslag van het concerttournee naar het verre Oosten dat Britten samen met zijn vriend, de tenor Peter Pears , ondernam tussen november 1955 en maart 1956. Via Oostenrijk, Joegoslavië en Turkije voerde de reis naar Singapore, Djakarta en Bandung waar Britten en Pears recitals gaven. (onder meer van Schuberts Die schöne Müllerin) Van de lokale muziek die ze her en der beluister den memoreert Britten een kinderorkest met slagwerkinstrumenten, cither en fluitjes, waar hij de kinderen voor zich won door ze de grondtoonsoort van hun muziek voor te zingen. Na een bezoek aan een gongfabriek in Semarang voerde de reis naar Dempasar op Bali. Daar raakte Britten diep onder de indruk van het Balinese gamelanorkest 'with it's liquid, bronze sound' evenals van populaire serenades als A Frog climbs a Banana Tree and falls out again die 's avonds door jongemannen in sarong gezongen werden in de tuinen.

Na Bali volgde Surabaja, Surakarta, Hong Kong en Tokyo, waar Britten eigen werken dirigeerde. Het japanse Nó Theater maakte op Britten een diepe indruk. Naar aanleiding van een voorstelling van Sumidagawa schreef hij: 'the solernn dedication and skill of the performers were a lesson to any singer or actor of any country and any language'. 

Het aristocratische No-spel, dat zijn wortels diep in het religieuze ritueel heeft, ontleent zijn onderwerpen aan mythes en legendes en is in wezen een drama van de alleenspraak en de herinnering, en niet, zoals in het Westen, van het conflict. De belangrijkste acteur (er zijn er maar twee, met een koor van zangers) draagt een masker zoals in de Griekse tragedie en is schitterend gekleed. Hij is tegelijk zanger en acteur en zingzegt zijn tekst terwijl hij heen en weer schuift, waarbij het stampen van zijn in een sok gehulde voet op de galmende vurenhouten toneelvloer gecombineerd wordt met de schrille noten van de dwarsfluit en de dreun van drie trommels die een ritmische begeleiding van zijn hoogst gestileerde bewegingen verschaft. En zoals iedere Griekse tragedie een satyrspel kende, zo kent elk No-spel zijn Kyogen of komisch tussenspel, dat in de voorstelling doet denken aan het mimespel en de clownerie van de oude commedia dell'arte.

Maar niet alleen Bali is bepalend geweest voor Brittens creatieve band met het oosten. Hij maakte ook voor het eerst kennis met Japan en wel met de klassieke Japanse hofmuziek, de Gagaku, en de historische traditie van het Nô-theater.

Gagaku muziek

Terwijl Bali een avondvullend ballet tot gevolg had, bracht Japan niet minder dan drie stukken voort, de zogeheten ‘Parables for Church Performance’, voltooid tussen 1964 en 1968. In Tokio woonde Britten een voorstelling bij van het beroemde Nô-spel Sumidagawa, dat aan de eerste Parabel, Curlew River, ten grondslag heeft gelegen.

De dramatische vorm van Sumidagawa is hij opvallend trouw gebleven en hoewel hij zegt geenszins van plan te zijn geweest het muzikale karakter van het Nô-theater te imiteren, was zijn absorptievermogen van dien aard dat een vooraanstaand Japans componist er versteld van stond dat Britten zich de authentieke muzikale articulatie en concepten van het Nô-theater in zo korte tijd en zo grondig eigen had gemaakt. Hoe dan ook staat vast dat het concept van de Parabel, een ritus met een uitsluitend mannelijke bezetting en een klein maar virtuoos ensemble – zonder ‘dirigent’ in de gebruikelijke zin van het woord – baanbrekend werk heeft verricht voor een vernieuwende richting in de geschiedenis van het twintigste-eeuwse muziektheater.

Samenstelling bronmateriaal ten behoeve van het nieuwe vak ckv-2 voor havo en vwo in het profiel C&M..  Meewerken aan deze site? Opsturen via e-mail is voldoende. Geraadpleegde literatuur: VPRo gids week 40/2002, Douwe Egberts Bali in kleuren en http://portal.omroep.nl/radio?nav=zigzCsHdDoBdDcLxN

Is er zonder uw toestemming en zonder bronvermelding gebruik gemaakt van uw teksten? Onze verontschuldigingen hierover. Laat het ons weten en wij geven een juiste bronvermelding of halen het materiaal van internet. Een financiele vergoeding kunnen wij niet geven


12/11/2014 update