zoeken
mail a friend








Bataafse Opstand

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de Bataafse Opstand in het voorjaar van 69 werd begonnen door de Cananefaten. Al gauw besloten de Bataven mee te doen. De Romeinse schrijver Tacitus heeft in zijn geschiedschrijvingen (Historiae) de Bataafse opstand van 69/70 na Christus beschreven. Archeologisch bewijs en voortschrijdend historisch inzicht complementeren en corrigeren deze schriftelijke bron.

Rembrandt kreeg in 1661 van de stad Antwerpen de opdracht een schilderij te maken van Civilis op het moment dat hij met zijn vertrouwelingen de eed van trouw zweert, waarmee -aldus Tacitus- de opstand begon.
Foto: Nationaal Museum Stockholm.

Aanleiding en oorzaken
Na de moord op Nero in 68 n. Chr., brak in het Romeinse rijk een burgeroorlog uit. Vier kandidaten namen hun troepen mee van elders uit het rijk en streden in ItaliŽ om de heerschappij: Galba, Otho, Vitellius en Vespasianus. Vitellius nam soldaten mee uit het Rijnleger. Voor de Bataven was die vermindering van troepen langs de Limes de perfecte gelegenheid om in opstand te komen.

De oorzaken van de opstand†begonnen vanaf 47 n. Chr., het moment dat Claudius begon met de bouw van vele grensforten. Dit veranderde een aantal wezenlijke zaken voor de grensbewoners, waartoe de Bataven behoorden. Voor de bouw van de forten (castella) werd land in beslag genomen. En in die forten werden permanent vreemde soldaten gelegerd, met de bijbehorende niet-militaire aanhang daarbuiten. De situatie werd onrustig.

Tot overmaat van ramp verdwenen in dezelfde tijd zo'n 4000 Bataafse mannen in Romeinse dienst (auxilia) voor langere tijd naar Groot-BrittanniŽ, wat op het thuisfront de nodige sociale en economische gevolgen had. Maar nog vond Nero dat hij niet genoeg manschappen had en hij wilde extra rekruten uit het Bataafse gebied. Dit tot groot ongenoegen van de Bataven.

Maar de ontevredenheid ging dieper. De Romeinen dwongen de Bataven, die tot dan toe als bondgenoten van Rome een redelijke zelfstandigheid kenden, steeds meer in een Romeins keurslijf, zowel bestuurlijk als cultureel. De Bataven vreesden daardoor hun eigen waarden en gebruiken te verliezen. En nog belangrijker: de macht van de bestaande Bataafse adel dreigde daardoor zienderogen te slinken.

Julius Civilus
Dit alles moet de leider van de opstand ook doorzien hebben: de charismatische Julius Civilis, een Bataaf met een lange en glansrijke carriŤre in het Romeinse leger. Hij had de kennis en intelligentie om een opstand tegen de Romeinen te leiden. Tacitus noemde hem "scherper dan de barbaren gewoonlijk zijn.". Zijn doel was de oude situatie van voor 47 n. Chr. te herstellen; hij was realistisch genoeg om te beseffen dat volledige onafhankelijkheid niet haalbaar was. Het Bataafse land mocht best een bufferstaat zijn onder Romeinse invloed, maar de harde grens moest weer ten zuiden van de Waal liggen.

Civilis kreeg bijval van de Cananefaten en de Friezen. De kern van†zijn troepenmacht bestond uit acht corhorten Bataafse en Cananefaatse infanterie, ongeveer 4800 man. Hulptroepen (auxilia) van het Romeinse leger liepen tijdens gevechten over naar de opstandelingen. Germaanse stammen steunden de opstand. De opstand waaide over naar GalliŽ en ook daar sloten zich stammen aan.

De Romeinse militaire steunpunten aan de Rijn, van Katwijk tot het Duitse Xanten (Vetera), gingen in vlammen op (deze brandlagen zijn bij archeologisch onderzoek goed te herkennen). De opstandelingen verleggen de gevechtslinies naar de Waal.

Het einde van de opstand
Het succes van de opstand duurde voort tot Vespasianus in 70 n. Chr. als winnaar uit de strijd kwam. Hij stuurde een krijgsmacht van acht legioenen, zo'n 40.000 man, op de opstandelingen af. Tegen zo'n overmacht kon Civilis niet op. Hij vocht dan ook niet door tot de laatste man, maar hij gaf zich over aan Cerialis, de Romeinse legerleider. Civilis heeft zijn doel niet kunnen bereiken, maar echt verloren was hij niet. Het bondgenootschap met de Romeinen schijnt op ongeveer op de oude manier te zijn voortgezet.

Herstel
De Romeinen repareerden in hoog tempo de grensforten en de infrastructuur, maar voegden ook nieuwe forten toe. In het legerkamp van Nijmegen werd het tiende legioen geplaatst. De stad Batavodorum wordt niet herbouwd. Er wordt een nieuwe stad, Ulpia Noviomagus, gebouwd. In het gebied komt een groot aantal hulptroepen, met soldaten uit andere delen van het Rijk. De Bataafse hulptroepen werden verplaatst naar buiten het eigen woongebied. De Romeinen hoopten met deze maatregelen de kans op een eventuele volgende opstand te verminderen.


Hoofdartikel:
Culturen in contact

Instelling:
Digitaal Erfgoed Nederland

Publicatiedatum:
11 januari 2005