"Commedia Dell'Arte"

Deze vorm van theater, die tegelijk verschijnt met de groei van het serieuze, academische theater, steunde voornamelijk op de acteur en niet op de schrijver. De dialoog - die varieerde van een eenvoudige samenspraak tussen twee komedianten tot een compleet toneelstuk met een hoofd- en subplot voor een aantal acteurs- werd helemaal geďmproviseerd, hoewel er een schets van de plot ofwel scenario was om de spelers binnen de perken te houden. Ook waren er lange standaardmonologen, die als ze eenmaal bedacht, opgeschreven en uit het hoofd geleerd waren, aan vrijwel iedere omstandigheid aangepast konden worden. Maar ze werden voornamelijk gebruikt voor de serieuzere personages, de jonge geliefden en misschien ook de oude vaders, de pedante advocaten en de snoevende soldaten.

De zanni of komische knechten, wier grappen het grootste en populairste gedeelte van het vermaak uitmaakten, hadden minder tekst, omdat veel van hun humor visueel was. Ze maakten variaties op standaardgrappen,
lazzi: korte komische nummers
burle:  langere nummers, vaak opgebouwd rond een poets.

Zowel de lazzi als de burle boden de acteurs veel mogelijkheden tot improvisatie. Volgens de traditie mochten de zanni tijdens de voorstelling de basissituatie van het stuk zo veel als ze maar wilden laten afwijken van de voorgeschreven gang van zaken, als ze maar terugkwamen op een punt waar het scenario weer opgevat kon worden. Dat vereiste een grote vaardigheid en gevatheid. Maar alles wat we weten van de commedia dell’arte wijst erop dat de uitvoerenden hun weerga in het theater niet kenden en de eigenschappen van de danser, zanger, acrobaat, bekkentrekker en (pantomime)speler combineerden met een ongelofelijke lichamelijke en geestelijke vlugheid. Een goede beheersing van het gebaar was bovendien nodig omdat de komedianten maskers droegen en dus de expressie van hun gezicht niet konden gebruiken.

De praktijk van het improviseren werd ongetwijfeld gestimuleerd door een ander opvallend kenmerk van de commedia dell'arte. Het gezelschap bestond uit acteurs die altijd dezelfde rol speelden. Dit was geen type-casten zoals we dat nu kennen maar het levenslang aannemen van een vermomming waarmee de acteur zo geďdentificeerd raakte dat hij vaak in de loop der jaren zijn eigen persoonlijkheid verloor, of liever, zijn eigen persoonlijkheid zó liet versmelten met die van het type dat hij speelde, dat er een niet te miskennen personage ontstond. In veel gevallen liet de auteur zijn eigen naam varen voor die van het personage om het zich zo nog verder toe te eigenen. Elk 'masker' in de commedia dell'arte - het woord wordt zowel gebruikt voor het personage als het object, behoorde tot een duidelijk afgebakende groep en het kwam vrijwel niet voor dat een acteur van de ene groep naar een andere overging, behalve misschien als hij ,jonge minnaar' was. Als hij later in zijn leven zijn figuur of knappe uiterlijk kwijtraakte of een bruikbare komische karakteristiek ontwikkelde - een dikke buik of een notenkrakersprofiel - liet hij zijn jeugdige heroďek misschien varen ten gunste van komedie en slapstick.

Rosetta of Colombina

Pantalone

Il Dottore

De jonge geliefden, die op zich niet zo interessant waren, vormden de kern van de komedie door hun pogingen om elkaar te ontmoeten en te trouwen. De heldin had meestal een dienstmeisje of  vertrouwelinge, die Rosetta of Colombina heette. Haar vader, echtgenoot of voogd die altijd haar ontsnapping probeerde te voorkomen, was een Venetiaan met de naam Pantalone.  Hij wordt vaak afgebeeld als een liefdeszieke oude man. Evenals zijn bejaarde vriend, een Bolognese advocaat Il Dottore met de naam Graziano, had hij komische knechten en soms bijdehandte huishoudsters. 

Il Capitano

Arlecchino

Brighella

Een personage, dat wat los stond van deze huiselijke groep was Il Capitano, een snoevende, laffe militair. Meestal tooide hij zich met een of andere goedklinkende titel, zoals Spezzaferro, Spavento da ValI'Inferno of Matamoros.  Wellicht gaven zijn groteske verschijning rnet een lange haakneus en een enorme snor, en de manier waarop de zanni hem behandelden door hem te bespotten, pootje te lichten en zijn moed door te prikken tot er alleen lafheid overbleef, de gevoelens weer van de Italianen uit de Renaissance jegens de gehate Spaanse onderdrukkers.

Het spreken in verschillende dialecten.

'il canovaccio'

Inleiding tot de Commedia Dell'Arte 

De bekendste van de standaard-types waren de, komische bedienden. Als de plot eenmaal op gang was gebracht, moesten zij hem gaande houden. Ze waren het talrijkst en meest kameleontisch van alle acteurs en bestonden uit types uit verschillende streken van Italië. Het was gebruik dat er tenminste twee komische bedienden in elk scenario optraden: één die slim was, om de intrige op gang te houden en de andere een sufferd als contrast voor de scherpzinnigheid van z’n makker. (Onder hen bevonden zich Arlecchino, Pulcinella, Pedrolino, Scapino, Mezzetino, Scaramuccia en Brighella.)Al deze namen duiken in een andere vorm later in de theatergeschiedenis weer op.

12-27-2000 last update by SG Groenewald.  CKV-2